De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) is sinds 1 januari 2026 van kracht, maar een groot deel van de Nederlandse overheden voldoet nog niet aan de bijbehorende basisverplichtingen.
De Wmebv verplicht overheden om formeel vast te leggen welke digitale kanalen burgers en bedrijven mogen gebruiken voor officieel contact, zoals aanvragen, klachten en andere wettelijk voorgeschreven berichten. Dat vastleggen gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Zonder zo’n aanwijzingsbesluit is er juridische onduidelijkheid over de geldigheid van digitale communicatie.
Bijna de helft van de gemeenten (47%) heeft zo’n aanwijzingsbesluit nog niet bekendgemaakt, zo blijkt uit het onderzoek “Aanwijzingsbesluit Wmebv 2026” van onderzoeks- en adviesbureau Daadkracht. Bij provincies loopt het percentage zelfs op tot 50%, bij waterschappen tot 38%.
Daadkracht deed eerder, in 2025, al onderzoek naar de voortgang bij gemeenten. Destijds had slechts 2% van de gemeenten (zes stuks) een aanwijzingsbesluit gepubliceerd. Het nieuwe onderzoek laat weliswaar een stijging zien, maar van structurele naleving is nog lang geen sprake.
tekst loopt door na onderstaande afbeelding
Er is een duidelijk verband tussen gemeentegrootte en de mate van naleving. Kleine gemeenten met minder dan 25.000 inwoners lopen het meest achter: van die groep hebben er slechts 55 een aanwijzingsbesluit gepubliceerd. In absolute aantallen scoren gemeenten tussen de 25.000 en 50.000 inwoners het best (74 besluiten), maar ook in die groep is lang niet iedereen op orde.
Uit de 25 gestructureerde interviews die Daadkracht afnam bij gemeenten die nog geen aanwijzingsbesluit hadden gepubliceerd, komen twee terugkerende verklaringen naar voren: gebrek aan personele capaciteit en onvoldoende middelen. Opvallender is echter de derde reden: gemeenten zeggen de Wmebv bewust lager op de prioriteitenlijst te plaatsen omdat er geen directe consequenties zijn aan niet-naleving verbonden. Met andere woorden: zolang er niemand handhaaft, wachten ze af.
Risico’s
Daadkracht wijst op twee concrete risico’s voor overheidsorganisaties zonder aanwijzingsbesluit. Zonder formele aanwijzing staan in juridische zin alle digitale kanalen open voor alle producten en diensten, ook kanalen die niet geschikt zijn voor gevoelige informatie of persoonsgegevens. Daarnaast kunnen aanvragen en meldingen op de verkeerde plek in de organisatie belanden, waardoor wettelijke procestermijnen niet worden gehaald. Dat kan resulteren in ingebrekestellingen.
“Veel organisaties zien het aanwijzingsbesluit nog als een juridische verplichting, terwijl het in de praktijk om een organisatiebrede verandering vraagt,” stelt Daadkracht. “Het raakt dienstverlening, kanaalstrategie, informatiehuishouding en governance.”
Duidelijke spelregels voor digitaal contact
De Wmebv is een directe opvolger van jarenlang debat over de digitale bereikbaarheid van de overheid. De wet legt vast dat burgers en ondernemers het recht hebben om digitaal zaken te doen met overheidsorganisaties, althans als dat contact deel uitmaakt van een formele procedure. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk ontbreekt bij veel organisaties nog de interne afstemming over welke kanalen daarvoor worden aangewezen, wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe de informatiestroom intern is georganiseerd.
Daadkracht onderzocht alle 342 gemeenten, 12 provincies en 21 waterschappen. De dataverzameling vond plaats tussen 23 en 27 maart 2026 via officielebekendmakingen.nl.
(Daadkracht)
Customer Experience, Featured



