Surinaamse callcentermedewerkers zouden geregeld onder druk worden gezet om documenten te ondertekenen waarmee zij onbewust instemmen met hun ontslag. Dat meldt de Surinaamse vakbond BVAW. De vakbond pleit tevens voor een leefbaar loon met een bruto uurloon van zes euro.
Over het afgelopen jaar hebben meer dan 100 werknemers bij de bond aangegeven dat hun arbeidsovereenkomst is beëindigd door middel van ontslag met wederzijds goedvinden, waarna zij in de praktijk tegen verschillende problemen zijn aangelopen. Dat laat de Surinaamse vakbond Bond voor alle Werkenden (BVAW) aan Ziptone weten.
“Wij vermoeden dat dit slechts het topje van de ijsberg is,” zegt BVAW-voorzitter Jerrel Mac Intosh. “Een groot deel van de betrokken werknemers is namelijk geen lid van de vakbond en kent zijn of haar arbeidsrechten onvoldoende. Daardoor weten zij vaak niet welke juridische gevolgen het ondertekenen van een overeenkomst tot beëindiging met wederzijds goedvinden heeft. Deze onbekendheid kan ertoe leiden dat werknemers instemmen met een beëindiging zonder volledig te begrijpen welke rechten en wettelijke bescherming zij prijsgeven.”
(tekst loopt door na onderstaande afbeelding)
Facilitaire contactcenters Suriname 2026: groei vlakt verder af
“Kinderen” die ontslagbrieven tekenen
Aanleiding voor de vragen aan BVAW is een interview dat Mac Intosh gaf op de Surinaamse radiozender LIM FM. Daarin spreekt Mac Intosh over “kinderen” die in callcenters werken, soms nog maar net afkomstig van de middelbare school. Deze medewerkers zouden ontslagbrieven tekenen met wederzijds goedvinden – terwijl voor ontslag toestemming nodig is van de zogenaamde Ontslagcommissie (zie kader aan het eind van dit artikel). Volgens Mac Intosh kennen medewerkers hun rechten wel, maar zijn ze bang om voor hun rechten op te komen.
Onregelmatigheden in ontslagzaken staan in Suriname al langer op de radar. Een jaar geleden sprak André Misiekaba, de Surinaamse minister van volksgezondheid, welzijn en arbeid, de openbare vergadering van de Nationale Assemble toe als onderdeel van begrotingsbesprekingen. De minister meldde toen dat zowel grote als kleine facilitaire contactcenters te maken hadden met onregelmatigheden in onder meer ontslagzaken.
Vakbond BVAW, sinds ruim een jaar actief, zet zich naar eigen zeggen in voor werkroosters die gezond en verantwoord zijn, voor vroege ochtenddiensten die binnen redelijke grenzen blijven, voor inspraak van werknemers in beleid en roosters, en voor werkgevers die zich houden aan duidelijke afspraken. De contributie voor het BVAW-vakbondslidmaatschap bedraagt maandelijks 1% van het salaris. Dat is aanzienlijk hoger dan het lidmaatschap van een FNV- of CNV-lidmaatschap.
Demotie voor stafmedewerkers
Een andere praktijk waar Mac Intosh in het radio-interview over spreekt, heeft betrekking op stafmedewerkers die bij reorganisaties gedegradeerd zouden worden tot “call agents”.
Bij de vakbond zijn daarvan twee voorbeelden bekend, licht Mac Intosh toe aan Ziptone: bij één bedrijf ging het om vijf medewerkers met een tijdelijk dienstverband. Vier gingen niet akkoord met een aanbod, bij een medewerker heeft de BVAW zich gemeld bij de Ontslagcommissie, waarbij de werknemer in het gelijk werd gesteld en doorbetaling tot einde contract volgde.
Bij een tweede contactcenter ging het om zeven stafmedewerkers die wegens een reorganisatie konden overstappen naar de functie van call agent. Wie dat niet wilde, kreeg nog enige tijd doorbetaald en een beëindigingsvergoeding van ongeveer 1.500 euro, aldus de vakbond. Die merkte dat de werkgever in eerste instantie de bond niet toeliet als gesprekspartner van de betreffende stafmedewerkers.
De vereniging van facilitaire contactcenters in Suriname (VCCS) laat weten het belangrijk te vinden dat situaties waarbij medewerkers en aangesloten organisaties betrokken zijn, zorgvuldig en via de daarvoor bestemde kanalen worden behandeld. “Omdat iedere situatie haar eigen context kent, past het ons als branchevereniging niet om op individuele gevallen in te gaan.”
Leefbaar loon: 6 euro per uur
Mac Intosh spreekt over “uitbuiting”, omdat Surinaamse contactcentermedewerkers hetzelfde werk doen – met dezelfde druk en targets – als werknemers in Nederland en België terwijl in Nederland werknemers achttien euro per uur zouden verdienen. Mac Intosh verwijst naar het uurloon dat bij de contactcenters tussen ruim 2 en ruim 3 euro per uur ligt. Omgerekend is dat weliswaar meer dan het Surinaamse minimumloon van SRD 61 (1 euro is momenteel SRD 43), maar de bond vindt het verschil te groot en stelt dat er geen sprake is van een leefbaar loon.
Er zijn werkgevers die bovenop het uurloon extra voorzieningen bieden zoals aanvullende zorgverzekeringen voor kinderen, bijdragen voor school- of studiekosten of reiskosten.
Mac Intosh zegt tegen Ziptone dat een leefbaar uurloon voor een callcentermedewerker minimaal € 6,00 bedraagt, wat bij een fulltime dienstverband komt dat neer op ongeveer 960 bruto per maand. “Dat is naar onze mening een redelijk uitgangspunt voor werknemers die dagelijks prestaties leveren voor internationale opdrachtgevers en vaak onder hoge werkdruk werken.” BVAW vindt het positief dat sommige werkgevers aanvullende arbeidsvoorwaarden bieden, maar dat mag nooit worden gebruikt “als vervanging voor een eerlijk en leefbaar loon”.
Mac Intosh voegt toe dat dat soort voorzieningen niet altijd alle werknemers en hun gezinnen volledig ten goede komen. “Er zijn werkgevers waarbij slechts twee kinderen kunnen worden meeverzekerd.”
Gesprekken over een cao
De vakbondsvoorzitter verwijst in het radio-interview naar de gesprekken die zijn gevoerd met VCCS, waarin werd voorgesorteerd op vervolggesprekken over een mogelijke cao. Voor een cao moet de vakbond 51% representatie hebben binnen een organisatie. Er zijn op dit moment naar schatting van BWAV zo’n 8.000 Surinaamse contactcentermedewerkers; de vakbondsvoorzitter heeft geen exacte cijfers beschikbaar van het aantal vakbondsleden, maar noemt 750.
Surinaams ontslagrecht – Volgens het Surinaamse ontslagrecht mag een werkgever een dienstverband niet eenzijdig beëindigen zonder ontslagvergunning, tenzij er sprake is van wederzijds goedvinden. In bepaalde gevallen is er geen ontslagvergunning nodig: bijvoorbeeld bij ontslag tijdens de proeftijd of het van rechtswege eindigen van een eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; opvolgende tijdelijke contracten moeten wél worden opgezegd. Er is ook geen ontslagvergunning nodig bij het aflopen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, bij een uitzendovereenkomst met uitzendbeding en bij ontbinding wegens gewichtige redenen door de kantonrechter. Ook ontslag op staande voet kan zonder vergunning, maar daarbij toetst het Hoofd van de Arbeidsinspectie het ontslag achteraf: de werkgever moet het binnen vier werkdagen melden en de beëindiging blijft opgeschort totdat er geen bezwaar is.
In alle andere gevallen wordt de vergunning aangevraagd door de werkgever en verleend door of namens de minister van Arbeid. De instantie die de aanvragen namens de minister beoordeelt is de Ontslagcommissie; die voert het ontslag dus niet zelf uit, maar geeft alleen toestemming om op te zeggen. Op grond van het Ontslagbesluit 2021 is de commissie samengesteld uit vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en de overheid. Elke aanvraag gaat gepaard met hoor- en wederhoor van werkgever en werknemer. De Ontslagcommissie is wettelijk verplicht binnen uiterlijk 30 dagen na ontvangst van de aanvraag te beslissen. Anders dan onder de oude Wet Ontslagvergunning leidt overschrijding van die termijn niet langer automatisch tot een verleende vergunning.
De regeling met de Ontslagcommissie lijkt omslachtig en relatief eenzijdig, maar de werknemer die zijn baan verliest staat er financieel alleen voor: Suriname kent geen algemene werkloosheidsuitkering en evenmin een wettelijke ontslagvergoeding zoals de Nederlandse transitievergoeding.
(Ziptone/Erik Bouwer)
Featured, Human Resources


