Low-code, no-code: versnellen zonder IT-afdeling

by Ziptone

Low-code, no-code: versnellen zonder IT-afdeling

by Ziptone

by Ziptone

Zonder IT-afdeling of leverancier een chatbot in elkaar zetten of applicaties ontwikkelen en aanpassen: met low-code en no-code kan je als contactcenter eindelijk zelf achter het stuur kruipen. De toekomst of te mooi om waar te zijn?  

TechUpdate is de rubriek op Ziptone over opkomende technologie, relevant voor klantcontact. In kort bestek leggen we uit wat het is, hoe het werkt, waarom het relevant is, wat de valkuilen zijn en vragen we de mening van de lezer: Hot or Not?

1. Wat is het

Low-code/no-code is een vorm van softwareontwikkeling waarbij software gebouwd wordt met behulp van vooraf gestandaardiseerde bouwblokken. Deze bouwblokken bevatten allerlei soorten functionaliteit. Low-code en no-code toepassingen stellen niet-IT’ers in staat om nieuwe functionaliteit toe te voegen aan applicaties, of om nieuwe applicaties op te zetten – zonder dat diepgaande kennis van programmeertalen noodzakelijk is. Eindgebruikers kunnen zelf (of met hulp van programmeuers) nieuwe functionaliteit toevoegen of bestaande functionaliteit aanpassen en bovendien gemakkelijk updates doorvoeren. Een goed voorbeeld van een low-code omgeving is de populaire website-oplossing WordPress.

Een van de meest bekende low-code-platformen is Mendix. Voor customerservice- en klantcontactspecialisten zijn bijvoorbeeld Dialog Flow van Google en RPA-oplossingen goede voorbeelden. Andere voorbeelden van low-code-platformen (ook voor klantcontacttoepassingen) zijn OutSystems en het low code platform van Microsoft (Microsoft PowerApps). Daarnaast gebruiken verschillende applicatieaanbieders lowcode-functionaliteit, waaronder CRM-leverancier Pega Systems en bepaalde aanbieders van chatbottechnologie.

Low-code is sterk in opmars; Gartner verwacht dat dit jaar (2022) de low-code markt met bijna 23% ten opzichte van 2020 zal groeien tot een omvang van 14 miljard dollar. Ander onderzoek van Gartner laat zien dat gemiddeld al 41% van de niet-IT’ers binnen een organisatie zelf aanpassingen doorvoert of zelfs volledige oplossingen bouwt. Gartner voorspelt dat tegen het einde van 2025 de helft van alle nieuwe gebruikers van low- en no-code platforms afkomstig zullen zijn van buiten de IT-organisatie.

2. Hoe werkt het?

Een low-code ontwikkelplatform maakt gebruik van een visuele interface (composer). Zo’n composer werkt met flowcharts en drag- and drop-functionaliteit. Hierbij worden allerlei verschillende modules met OOTB (out-of-the-box) functionaliteit gecombineerd. Low-code en no-code oplossingen zijn vooral geschikt voor het ontwikkelen van web/cloudgebaseerde applicaties of apps; het platform en de modules staan in de cloud. Een goed platform ondersteunt (bijvoorbeeld met behulp van AI) bij het opsporen en oplossen van ontwerpfouten, binnen Mendix kan dit ook op het niveau van losse onderdelen. Bij no-code is programmeren niet nodig, bij low-code wordt die mogelijkheid expliciet geboden. Omdat er met vooraf gebouwde modules wordt gewerkt, is de kans op fouten klein. De modules zijn vooraf getest, wel zijn functionele- en integratietests noodzakelijk voordat je toepassingen in productie neemt (zie ook ‘even opletten’).

3. Waarom is het relevant?

  1. IT-afdelingen en aanbieders van applicaties hebben grote moeite om software-developers aan te trekken die nieuwe functionaliteit kunnen toevoegen of ontwikkelen. Het werken met low-codeoplossingen kan de IT-organisatie ontlasten.
  2. Bovendien zorgt low-code ervoor dat de snelheid van het doorvoeren van veranderingen in de business omhoog kan. Klantcontactprofessionals kunnen bijvoorbeeld een mijn-omgeving, formulieren, chatbots of apps eenvoudig zelf aanpassen naar aanleiding van veranderende klantbehoeften of omstandigheden.

4. Even opletten

AI-toepassingen1. Bij een low-code oplossing kies je niet voor een programmeertaal, maar voor de blokkendoos van een specifieke low-code leverancier. Dat betekent dat je behoorlijk vastzit aan een eenmaal gemaakte keuze. Vendor lock-in is dus een risico. Daarnaast zijn de mogelijkheden beperkt tot de functies die het platform biedt en is maatwerk niet echt mogelijk – tenzij je weer gespecialiseerde developers inhuurt.

2. Het vergt specifieke skills om te komen van vraagstuk tot goedwerkende software. Ofwel: hoe voorkom je dat je kiest voor ‘wat’ en ‘hoe’ in plaats van voor ‘waarom’, ‘hoe’ en ‘wat’. Daarbij is het te hoog gegrepen om low-code in te zetten voor volledig nieuwe applicaties. Het werken met low-code oplossingen vraagt hoe dan ook om analytische en logische skills.

3. Als ontwikkelde toepassingen niet goed werken, is toch kennis nodig van talen zoals HTML, CSS of Javascript en van talen voor de (onderliggende) databases en platformen. Dat geldt ook voor de situatie waarin uitbreidingen niet werken of gekoppelde applicaties veranderen. Nauwe samenwerking tussen business en IT blijft noodzakelijk, ook om te voorkomen dat er shadow-IT en aparte datasets ontstaan.

4. Daarnaast moet je als ontwikkelaar in staat zijn (en tijd hebben) om ontwikkelde functionaliteit te testen. Platformen voorzien vaak zelf in standaard technische tests en basisvoorzieningen op het gebied van performance en security. Maar wie meer wil dan die standaard, moet extra werk verzetten of specialisten inhuren. Dat geldt ook voor bijzondere integraties met andere applicaties. Die specialisten zijn niet altijd gemakkelijk verkrijgbaar. De low-code ontwikkelaar moet dus goed thuis zijn in jouw business en applicatielandschap.

5. Een low-code oplossing kan er niet voor zorgen dat een niet-functionerende applicatie goed gaat werken. Low-code en no-code zijn geen ‘reparatie-oplossing’.

Hot or not?

Wat vind jij van low-code/no-code? Geef in de comments (geheel onderaan) eventueel je opmerkingen. 

Low-code en no-code: hot or not?

View Results

Loading ... Loading ...

Ook interessant

Featured, Technologie, TechUpdate

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Top