Huisartsenpraktijken: gebruik AI neemt toe, grote twijfels over inzet chatbots

by Erik Bouwer

Huisartsenpraktijken: gebruik AI neemt toe, grote twijfels over inzet chatbots

by Erik Bouwer

by Erik Bouwer

huisartsenpraktijkBijna de helft van de huisartsenpraktijken zet AI-ondersteunde digitale zorgtoepassingen in; een jaar eerder was dat nog zo’n 1 op de 5 praktijken. Maar vrijwel de volledige groei komt op het conto van één toepassing die de patiënt nooit te zien krijgt. Voor chatbots in het patiëntcontact is de weerstand onverminderd groot.

 

Dat blijkt uit een herhaald onderzoek van het Nivel, dat op 6 oktober 2025 werd uitgezet onder ruim 4.500 huisartsenpraktijken in Nederland. Ruim 800 praktijken vulden de vragenlijst volledig in. Het Nivel tekent daarbij aan dat de uitkomsten mogelijk niet representatief zijn voor alle huisartsenpraktijken. Praktijken die al met AI bezig zijn, vullen zo’n lijst eerder in, zo is de gedachte.

Het onderzoek omvatte twee blokken. Eerst is gevraagd naar vijf algemene digitale toepassingen: online afspraken inplannen, digitale triage, beeldbellen, telemonitoring en digitale ggz. Daarnaast is voor het tweede jaar op rij gevraagd naar zes AI-ondersteunde toepassingen: triage, chatbot of digitale doktersassistent, spraakgestuurde rapportage, diagnostiek, preventieve zorg en gepersonaliseerde behandelplannen.

Digitale geestelijke gezondheidszorg wordt door 85% van de praktijken ingezet en online afspraken maken door 78%. Telemonitoring (57%), digitale triage (45%) en videobellen (40%) blijven daarbij achter. De frequentie van het gebruik levert wel een ander beeld op: online afspraken worden door 64% van de praktijken dagelijks gebruikt, terwijl de dagelijkse inzet van digitale ggz, telemonitoring en videobellen op respectievelijk 18%, 10% en 3% ligt. Digitale triage wordt door 22% dagelijks gebruikt, maar 55% van de praktijken doet er niets mee. Die toepassing is in 2025 voor het eerst uitgevraagd, dus een vergelijking met 2024 ontbreekt. Voor de overige vier toepassingen is het beeld nagenoeg gelijk aan vorig jaar.

Groei in AI-gebruik, maar weinig inzet van chatbot

46% van de praktijken zette in 2025 minimaal één van de zes AI-toepassingen in. Uitgesplitst: spraakgestuurde rapportage 36%, triage 16%, diagnostiek 7%, chatbot of digitale doktersassistent 6%, preventieve zorg 4% en gepersonaliseerde behandelplannen 2%. Een deel van de toepassingen kan overigens rule-based AI zijn.

Naast de praktijken die AI al inzetten, geeft een derde tot de helft aan een toepassing niet te gebruiken maar dat wel te willen. De helft (50%) zegt dat over AI-ondersteuning bij preventieve zorg, gevolgd door triage (45%), spraakgestuurde rapportage (41%) en gepersonaliseerde behandelplannen (41%).

Het tegenovergestelde komt echter net zo goed voor. Iets minder dan de helft van de praktijken heeft uitgesproken geen behoefte aan een AI-chatbot of digitale doktersassistent voor het beantwoorden van patiëntvragen (47%) of aan AI-ondersteuning bij diagnostiek (42%). Bij de chatbot staat tegenover die 47% een groep van 35% die de toepassing wel zou willen, terwijl 12% het niet weet.

Bij gepersonaliseerde behandelplannen weet 21% van de praktijken niet of de toepassing wordt ingezet of eraan behoefte is. Bij triage en spraakgestuurde rapportage ligt dat op 9% en 8%. Hoe verder de toepassing van het dagelijkse werk af staat, hoe meer mist er in de eigen organisatie hangt.

‘Onpersoonlijk’

Huisartsenpraktijken geven verschillende redenen waarom zij geen behoefte hebben aan één of meerdere AI-ondersteunde digitale toepassingen. Het gaat dan vooral om de inzet van een chatbot/digitale doktersassistent voor de beantwoording van patiëntvragen, of AI-ondersteuning bij diagnostiek. Als reden wordt vaak genoemd dat de inzet van AI onpersoonlijk is of dat het (nog) geen meerwaarde heeft voor de praktijk. Ook geven meerdere praktijken aan dat de AI-ondersteunde digitale zorgtoepassing(en) niet nodig zijn in hun praktijk, onvoldoende betrouwbaar zijn, geen tijdswinst opleveren of de werkdruk doen toenemen. In de commentaren komt ook terug dat chatbots niet passen bij de (verouderde) patiëntengroep of niet aansluiten op de wens persoonlijke zorg te verlenen.

Weinig kennis

Praktijken die wél behoefte hebben aan het gebruik van één of meerdere AI-ondersteunde digitale zorgtoepassingen, maar deze niet gebruiken, zeggen dat ze onvoldoende tijd of financiële middelen hebben. Ook hebben ze vaak andere prioriteiten dan de implementatie van AI-ondersteunde toepassingen. Andere genoemde knelpunten zijn dat de (gewenste) AI-ondersteunde toepassingen volgens hen nog onvoldoende ontwikkeld zijn, niet beschikbaar zijn of niet te integreren zijn in hun huisartseninformatiesysteem (HIS).

Daarnaast worden onvoldoende kennis van, en onbekendheid met de mogelijkheden van AI-ondersteunde toepassingen vaak genoemd als redenen dat men deze (nog) niet gebruikt.

Al met al lijkt er een stijgende trend in het gebruik van AI in de huisartsenzorg zichtbaar te worden. De opstellers van het Nivel-rapport verwijzen ook naar het jaarlijks onderzoek naar het gebruik van AI-toepassingen in de ziekenhuissector door de AI Monitor Ziekenhuizen van M&I/Partners. Daaruit blijkt dat de inzet van AI is toegenomen, maar voornamelijk op kleine schaal. Ook in ziekenhuizen wordt AI relatief weinig ingezet voor communicatie (inclusief chatbots), zeker als je het afzet tegen andere toepassen zoals bij diagnostiek of zorgadministratie en facturatie.

Het volledige onderzoek is hier te downloaden

(Ziptone/Erik Bouwer)

Lees ook:

Grenzen verleggen in klantcontact in de zorg

Follow by Email
Whatsapp
LinkedIn
Share

Ook interessant

Featured, Onderzoek, Technologie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top