Het operationele vermogen van een organisatie om haar systemen, data en infrastructuur te gebruiken, beheren en wijzigen zonder onaanvaardbare afhankelijkheid van externen. Waar digitale soevereiniteit over juridische en politieke zeggenschap gaat, gaat autonomie over feitelijke handelingsvrijheid: wat kan je aanpassen of afschaffen en tegen welke kosten. De twee begrippen worden in beleidsstukken vaak door elkaar gebruikt. Digitale autonomie is een voorwaarde voor digitale soevereiniteit.
Zie ook: vendor lock-in, exit strategie, digitale soevereiniteit
Terug naar startpagina woordenboek
