URL has been copied successfully!

Data of je leven – column Charlotte Meindersma

by Erik Bouwer

Data of je leven – column Charlotte Meindersma

by Erik Bouwer

by Erik Bouwer
URL has been copied successfully!
data

Luchtfoto van Equinix Datacenter in Amsterdam. Beeld: Aerovista Luchtfotografie / shutterstock

Onze digitale honger brengt ons veel gemak, maar het kost ook veel.

Als consument shoppen we online, streamen we onze muziek en tv, slaan we foto’s en video’s digitaal op. Als managers verzamelen we het liefst zo veel mogelijk data over onze klanten om verkoop te monitoren en te optimaliseren; ook gebruiken we steeds meer AI. Dat kost allemaal data en daar hebben we datacenters voor nodig.

Ze hebben een locatie nodig en nemen dus fysieke ruimte in. Ze verbruiken energie, schoon drinkwater en stoten warmte uit. Waar nieuwe datacenters gebouwd worden, komen geen woningen te staan. Bovendien hebben we al met regelmaat het probleem dat huizen niet op het stroomnet aangesloten kunnen worden door een overbelast stroomnet. Bijna 5% van ons landelijk energieverbruik wordt door datacenters verbruikt. Nieuwe datacent die stroom vreten zullen die situatie niet bepaald verbeteren.

In 2022 werd daarom in Nederland al een verbod ingevoerd voor grote datacenters die meer dan 10 hectare in beslag nemen én een aansluitvermogen van meer dan 70 megawatt nodig hebben. Een oplossing is om de hoogte in te bouwen, zodat er geen 10 hectare nodig zijn. Maar dataflats zorgen weer voor meer warmte en hebben dus weer meer drinkwater nodig om te koelen. Bovendien vragen ze natuurlijk nog steeds veel stroom. Ook geen ideale oplossing dus.

We kunnen ze natuurlijk verplichten om meer stroom zelf op te wekken, de ontstane warmte te hergebruiken en niet te koelen met drinkwater, maar met ander water. Maar hoe meer regels, hoe duurder het bouwen en onderhouden van die datacentra is, en hoe groter de kans dat ze naar het buitenland vertrekken.

Soevereiniteit of milieu en leefbaarheid?

Fijn, zou je kunnen denken. Laat die datacenters lekker naar het buitenland vertrekken. Dan houden we meer natuur of meer ruimte voor woningen over, raakt ons stroomnet minder overbelast en blijft de CO2-uitstoot in Nederland beperkt.

Daardoor verbruiken we echter niet opeens minder data. Die datacenters hebben we nog steeds nodig. We verleggen het probleem hiermee alleen naar het buitenland. En onze data dus ook. Nou was het al niet zo bijster goed gesteld met onze datasoevereiniteit, maar met deze insteek wordt het er niet beter op.

Kortom, we zitten met datacenters in Nederland, die niet ideaal zijn voor onze leefomgeving en milieu of we geven, nog meer dan we nu al doen, onze datasoevereiniteit op. Het is als kiezen tussen twee kwaden.

Wat kunnen we zelf doen?

We blijken als organisaties veel kopieën van dezelfde informatie te bewaren. Het is makkelijker om informatie op meerdere plekken beschikbaar te hebben, dan het goed centraal te organiseren en mensen vooral te leren hoe ze bij die informatie kunnen komen en deze efficiënt kunnen gebruiken. Een betere organisatie van onze data en systemen zou onnodige kopieën kunnen voorkomen.

Onze datahonger zorgt er ook voor dat we wel heel erg veel data verzamelen, simpelweg omdat het kan, terwijl we er vaak maar weinig mee doen. Ook van onze klanten verzamelen we het liefst zoveel mogelijk informatie. Al die bedrijven die mijn huisadres én mijn geboortedatum en geslacht willen weten, terwijl ze dat niet nodig hebben voor hun dienstverlening, hebben mij nog nooit een fysiek verjaardagskaartje gestuurd. En die verjaardagskorting die ik per e-mail krijg is altijd zo laag dat het zonde van de data is om die e-mail überhaupt naar me te versturen. Kortom, als we zelf al wat minder data zouden verzamelen en de data die we wel nodig hebben niet onnodig kopiëren en dubbel opslaan, dan dragen we zelf al een behoorlijk steentje bij.

Laten we ook niet vergeten dat we steeds meer AI gebruiken, ook in situaties waar dat eigenlijk nauwelijks iets toevoegt. Bijvoorbeeld meerdere mensen die tegelijkertijd van dezelfde vergadering opnames maken, deze laten transcriberen en samenvatten. E-mails die worden opgesteld met AI en door de ontvanger vervolgens worden samengevat met AI. Of zoekopdrachten die met AI worden gedaan op het openbare web, in plaats van zoeken in de eigen, meer relevante data. Slechte chatbots van bedrijven drijven klanten richting generatieve AI, zo blijkt uit allerlei onderzoek. ChatGPT en Claude hebben altijd een antwoord klaar, maar het vreet energie.

Er is helaas geen duidelijke oplossing. Het hangt immers ook maar net af van wat we belangrijk(er) vinden. Daar moeten we het eerst maar eens over eens worden. Al kunnen we hoe dan ook wel een datadieet gebruiken.

(Ziptone/Charlotte Meindersma)

Interessant artikel? Deel het!
RSS
Follow by Email
Whatsapp
LinkedIn
Copy link

Ook interessant

Featured, Opinie, Technologie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top